De vinificatie van Château Balestard La Tonnelle profiteert van de oenologische adviezen van Michel Rolland. Na een sortering in de kelder worden de druiven in tanks geplaatst, de helft in thermogeregelde roestvrijstalen tanks en de andere helft in cementtanks. Na een maceratie van minimaal drie weken volgt de malolactische gisting, uitgevoerd in nieuwe eikenhouten vaten.
De rijping in eikenhouten vaten (50% nieuw, 50% één jaar oud) duurt 15 tot 18 maanden. De productie bedraagt gemiddeld 55.000 flessen per jaar. Château Balestard la Tonnelle is een genereuze bewaarswijn, intens en gestructureerd. De recentste jaargangen tonen veel finesse. Er wordt nu een tweede wijn geproduceerd op het kasteel, met het etiket Chanoine de Balestard.
Château Balestard La Tonnelle behoort tot de oudste crus van Saint Emilion, zoals blijkt uit dit gedicht van François Villon waarin hij de Balestard-wijn beschrijft als een "goddelijke nectar".